Daar wilde ik niet langer in blijven geloven. Ik stopte met sterker of minder gevoelig te willen zijn. Met vinden dat ik hetzelfde moest kunnen als een ander.
Ik nam eindelijk serieus wat situaties met mij deden, wat ik daarbij voelde en wat ik zelf wilde en nodig had. Natuurlijk had ik nog steeds verantwoordelijkheden en moest ik rekening houden met de gevolgen van mijn keuzes. Maar dat betekende niet dat ik mezelf overal maar in moest schikken.
Gaandeweg zag ik dat ik dat ook buiten mijn werk deed. Rekening houden met anderen, me aanpassen, liever iets voor mezelf houden dan ergens een punt van maken. Het was zo vanzelfsprekend geworden dat ik nauwelijks doorhad hoe vaak ik aan mezelf voorbijging.
Ik leerde achter mezelf te staan, ook als anderen er anders over dachten. En dat gaf enorm veel rust. Ik hoefde niet meer voortdurend tegen mijn eigen gevoel in te gaan.
Ik besloot niet terug te gaan naar een soortgelijke functie in HR en verzuim, maar het directe contact met mensen wilde ik zeker niet achter me laten. Ik gaf mezelf de ruimte om me verder te verdiepen in menselijk gedrag en wat er gebeurt als stress en spanning oplopen. Ik volgde verschillende opleidingen en begon mijn eigen praktijk.